18 juli 2026 · 6 min
Hoe vind je je eigen tekenstijl?
Een eigen stijl komt niet uit de lucht vallen. Wat Amerikaanse illustratoren als Lisa Congdon en Chris Oatley erover schrijven, en wat ik er zelf van leerde.
"Hoe vind ik mijn eigen tekenstijl?" Het is een vraag die bijna elke tekenaar zich stelt. Ik ook. Ik las erover bij Amerikaanse illustratoren zoals Lisa Congdon, Chris Oatley en Will Terry. Ze zijn het over één ding eens: een eigen stijl kies je niet. Die groeit.

1. Kopieer eerst, schaam je niet
Lisa Congdon schreef dat ze jarenlang bang was om andere kunstenaars te "kopiëren". Tot ze doorhad dat elke kunstenaar begint met naäpen. Je pakt een stukje van de een, een lijn van de ander, een kleur van iemand anders. Uit die mix komt langzaam iets van jou.
Chris Oatley (ex-Disney) noemt dit je "creatieve DNA". Maak een lijstje van vijf tot tien illustratoren die je bewondert. Kijk wat je in hun werk raakt. Vaak zit daar al een lijn in: misschien houd je van warme kleuren, of van simpele vormen, of van vreemde personages.
2. Teken wat je leuk vindt, niet wat "goed verkoopt"
Will Terry zegt het simpel: als je alleen tekent wat je denkt dat mensen willen zien, ga je jezelf snel vervelen. En vervelen is dodelijk voor je stijl. Teken juist die rare dingen: het kleine detail op straat, een dier dat je grappig vindt, een gek gezicht.

3. Kies bewust wat je herhaalt
Stijl is voor een groot deel herhaling. Dezelfde manier van ogen tekenen. Dezelfde soort lijn. Dezelfde kleuren die steeds terugkomen. Als je iets tekent en denkt "dit voelt goed", schrijf op waarom. En doe het de volgende keer weer.
- Welke lijn gebruik je het liefst? Dik, dun, ruw, netjes?
- Welke kleuren pak je steeds? Zacht en pastel, of juist fel?
- Welke onderwerpen komen steeds terug? Dieren, mensen, natuur?
4. Geef het tijd
James Gurney (bekend van "Dinotopia") zegt dat een echte stijl tien jaar kan duren. Dat klinkt lang. Maar het betekent ook: geen stress. Je hoeft het niet vandaag op te lossen. Blijf gewoon tekenen. Elk jaar zie je terug hoe je gegroeid bent.

5. Laat je werk zien
Dit is het advies dat bij álle Amerikaanse illustratoren terugkomt: deel je werk. Op Instagram, in een blog, aan vrienden. Niet omdat je meteen fans nodig hebt, maar omdat je door reacties leert wat mensen in jouw werk zien. Soms zien anderen jouw stijl eerder dan jezelf.
Kortom
Een eigen stijl vinden is geen zoektocht met één antwoord. Het is een gewoonte: veel tekenen, kijken naar wie je bewondert, en herhalen wat goed voelt. Geef het tijd. En vergeet niet: de tekeningen die je nu maakt, zijn straks de basis voor de stijl die pas over een paar jaar duidelijk wordt.
